| Verklaring
Arbeidsrelatie
In dienst of zelfstandig?
De VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) geeft duidelijkheid
(Belastingdienst)
Bron: Spits, 3 januari 2002
Als u werkzaamheden uitvoert voor een opdrachtgever, is het niet altijd
helder of u in dienst bent of optreedt als zelfstandig ondernemer.
Duidelijkheid hierover is noodzakelijk voor bijvoorbeeld de in te houden
loonheffing. Deze duidelijkheid kan worden verkregen door het aanvragen
van een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR).
Geeft de VAR aan dat uw inkomen als winst uit onderneming wordt aangemerkt
en u niet in dienst bent bij uw opdrachtgever? Dan geldt de VAR vanaf 1
januari 2002 ook als Zelfstandigheidverklaring (ZV) voor de sociale
verzekeringswetten (in het bijzonder de WAZ, Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen).
Heeft u een VAR die tevens geldt als ZV, dan kunt u als zelfstandige een
arbeidsrelatie aangaan met een opdrachtgever. De opdrachtgever hoeft in
dat geval geen loonheffing in te houden en geen premies
werknemersverzekeringen af te dragen. Heeft u uw onderneming ondergebracht
in een BV en komen de inkomsten voor rekening en risico van deze
vennootschap, dan kunt u eveneens in aanmerking komen voor de VAR/ZV. Het
inkomen wordt dan beschouwd als winst uit een onderneming in plaats van
loon. U bent in dat geval niet verzekerd voor bijvoorbeeld de WAO en de
WW. U moet hiervoor dan zelf zorgdragen.
Een VAR/ZV kunt u aanvrage met het formulier "Aanvraag Verklaring
arbeidsrelatie met ingang van 2002". Dit formulier kunt u verkrijgen
via de Belastingdienst Bestellijn: 0800-0043 (24 uur per dag, 7 dagen per
week) of ophalen bij het belastingkantoor. Meer informatie op
www.belastingdienst.nl.
Bron : Loyens & Loeff, Memorandum.
Achtergrond van de wijzigingen
In de huidige wet - en regelgeving is er weinig eenheid te bespeuren in de
beoordeling van arbeidsrelaties. Dit wordt niet alleen veroorzaakt doordat
de beoordeling sterk van feiten en omstandigheden afhankelijk is, maar
tevens vanwege het feit dat een uniform beoordelingsbeleid van de
Belastingdienst en Lisv ontbreekt. Per 1 januari 2001 verstrekt de
Belastingdienst wel een verklaring arbeidsrelatie (de VAR), maar deze
verklaring geldt niet ten opzichte van het Lisv (met ingang van 1 januari
2002 onder de nieuwe naam Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
-UWV). Dit betekent dat de degene, die zekerheid wenst over zijn status
voor de sociale verzekeringen, het Lisv om een afzonderlijke toetsing
dient te verzoeken. Het feit dat een (uniforme) toetsing voorafgaand aan
het aangaan van de arbeidsrelatie ontbreekt, zorgt niet alleen voor
rechtsonzekerheid bij betrokkenen maar kan ook leiden tot claims achteraf
van de Belastingdienst en Lisv aan het adres van de opdrachtgever.
Om duidelijkheid te scheppen ten aanzien van de juridische status van een
arbeidsrelatie en de besluitvorming van Belastingdienst en Lisv, is daarom
het wetsvoorstel "Wijziging van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en enige andere wetten in verband met
de invoering van een zelfstandigheidsverklaring (..)" door de
regering ingediend. De Tweede Kamer heeft dit wetsvoorstel op 18 oktober
2001 aangenomen en het zal zonder verdere vertraging op 1 januari 2002 in
werking treden.
Belangrijkste wijzigingen met ingang van 1 januari 2002
De aanvraag zelfstandigheidsverklaring
De VAR vormt in het wetsvoorstel de grondslag voor de voorgestelde
wijzigingen. Wanneer een belastingplichtige voor het aangaan van een
overeenkomst van opdracht duidelijkheid wenst te verkrijgen of hij als
zelfstandig opdrachtnemer aangemerkt wordt, dient hij een aanvraag in te
dienen bij de Belastingdienst en zal deze de arbeidsrelatie toetsen aan de
klassieke criteria van fiscaal ondernemerschap (denk aan duurzaamheid van
de onderneming, de mate waarin risico wordt gelopen, het aantal
opdrachtgevers e.d.) Tegen deze beschikking, die voor een periode van
maximaal 24 maanden afgegeven kan worden, kan bezwaar en beroep worden
ingesteld. Tot zover verandert er niets ten opzichte van de huidige
VAR-regeling zoals ingevoerd per 1 januari 2001
De noviteit is echter dat het aanvraagformulier dat bij de Belastingdienst
wordt gebruikt tevens geldt als aanvraag voor een
zelfstandigheidsverklaring van het UWV. Aangezien de toetsing van de
zelfstandigheid primair is opgedragen aan de Belastingdienst, zal het UWV
geen bevoegdheid meer hebben deze zelfstandigheid te toetsen. De
specifieke beleidsregels van het UWV die tot op heden gelden ten aanzien
van de zelfstandigheid (bijvoorbeeld m.b.t. interimmanagers en
automatiseringsdeskundigen) zullen naar verwachting komen te vervallen bij
de inwerkingtreding van het nieuwe wetsvoorstel. Hiermee is duidelijk
invulling gegeven aan de zogenaamde één loket-gedachte, waarbij er één
beschikking wordt ingevoerd voor zowel Belastingdienst als UWV.
Procedureel geldt dat de belastinginspecteur voortaan gehouden is binnen 8
weken een beslissing omtrent de arbeidsrelatie af te geven, bijzondere
omstandigheden daargelaten. Van belang is tenslotte dat een herziening of
intrekking van de fiscale beschikking geen effect heeft op de status van
de betrokkene voor de sociale verzekeringen.
Verzekeringsplicht
Indien een zelfstandigheidsverklaring afgegeven wordt door de fiscus en
het UWV, heeft dit tot gevolg dat er sprake is van een verzekeringsplicht
voor de zelfstandige onder de Wet arbeidsongeschiktheid zelfstandigen
(WAZ). Een zelfstandige kan geen recht doen gelden op een ZW-, WAO- of WW-
uitkering, en is geen sprake van een verzekeringsplicht voor de
werknemersverzekeringen.
Toch dient met de nodige oplettendheid gehandeld te worden door een
opdrachtgever. De aanwezigheid van een civielrechtelijke dienstbetrekking
wordt immers niet uitgesloten door de zelfstandigheidsverklaring. Indien
het Lisv op basis van feiten en omstandigheden eventueel achteraf kan
bewijzen dat er sprake is van een civielrechtelijke dienstbetrekking zijn
er volgens het wetsvoorstel twee mogelijkheden:
- Indien de opdrachtgever te kwader trouw was ten aanzien van de
invulling van opdrachtovereenkomst, ontstaat er alsnog een
premieplicht bij de opdrachtgever,
- Indien de opdrachtgever te goeder trouw was ten aanzien van de
opdrachtovereenkomst, kan het UWV achteraf overgaan tot het innen van
de premies bij de opdrachtnemer / "zelfstandige".
De opdrachtgever / werkgever te goeder trouw is hiermee beschermd tegen
het risico dat achteraf toch de aanwezigheid van een dienstbetrekking en
daarmee een premieplicht wordt vastgesteld.
De management-BV
In de praktijk doet zich dikwijls de situatie voor dat er een contract
gesloten wordt tussen de opdrachtgever en een persoon, waarbij deze via
een persoonlijke vennootschap zijn diensten aan opdrachtgevers aanbiedt
(bijv. de management-BV), waarin hij alle aandelen houdt en tevens
statutair directeur is (de dga). De wetgever heeft er in de nieuwe opzet
voor gekozen de dga en de zelfstandigen gelijk te behandelen. Hiertoe is
de mogelijkheid de contractuele relatie tussen de persoonlijke
vennootschap en de opdrachtgever vooraf te laten toetsen door de fiscus
opengesteld. Indien blijkt dat een belastingplichtige werkzaamheden
verricht voor rekening en risico van de vennootschap waarvan hij
aanmerkelijk belanghouder is (meer dan 5% van de aandelen), zal een
zelfstandigheidsverklaring worden afgegeven. Er behoeft dan geen
loonheffing te worden ingehouden door de opdrachtgever. De
werknemersverzekeringen hanteren een andere invulling van het begrip dga.
De gevolgen voor de opdrachtgever zijn echter beperkt, omdat de
opdrachtnemer die niet voldoet aan deze criteria verplicht verzekerd is
binnen zijn eigen vennootschap. Er ontstaat slechts dan een premieplicht
voor de opdrachtgever wanneer er ondanks de aanwezigheid van een
zelfstandigheidsverklaring, toch een dienstbetrekking geconstateerd wordt,
en de opdrachtgever niet te goeder trouw was.
De startende zelfstandige
Vaak voldoet een startende zelfstandige nog niet volledig aan de criteria
van het fiscale ondernemerschap. Hij zal wellicht pas één grote
opdrachtgever hebben, of nog weinig investeringen gedaan hebben in zijn
bedrijf. De wetgever heeft dit voorzien en te kennen gegeven dat voor
dergelijke starters wel een zelfstandigheidsverklaring afgegeven kan
worden, maar met een kortere looptijd. Voorts is van belang dat in
bepaalde sectoren de zelfstandige onder de werking van het pensioenfonds
van de bedrijfstak waarin hij werkzaam is kan vallen. Bij wet is voorzien
dat zelfstandigen de mogelijkheid wordt geboden gedurende maximaal drie
jaar na beëindiging van het dienstverband de pensioenregeling bij het
pensioenfonds van hun oude werkgever vrijwillig voort te zetten. Voor
startende zelfstandigen kan dit van belang zijn om de eerste jaren van het
zelfstandig ondernemerschap te kunnen overbruggen.
Huidige verklaring arbeidsrelatie
Het ligt in de bedoeling van de wetgever dat een in 2001 door de fiscus
verstrekte verklaring arbeidsrelatie waarvan de looptijd tot in 2002
reikt, zijn geldigheid niet verliest en automatisch zal gelden voor de
zelfstandigheid voor de werknemersverzekeringen. Verwacht wordt dat de
zelfstandige bericht zal krijgen van de Belastingdienst omtrent de
aanstaande uitbreiding van de reikwijdte van de
zelfstandigheidsverklaring.
Slot
Met de invoering van het wetsvoorstel wordt beoogd dat een zelfstandige en
diens opdrachtgevers meer zekerheid hebben omtrent de status van de
zelfstandige. Het biedt echter weinig aanknopingspunten voor
belastingplichtigen die in het schemergebied tussen dienstbetrekking en
ondernemerschap werkzaamheden verrichten. Het is dan ook raadzaam een
opdrachtovereenkomst voor ieder concreet geval goed te beoordelen, om niet
voor onaangename verrassingen te komen staan.
Zoals vermeld hebben wij beoogd u in grote lijnen te informeren over de
wetswijzigingen ten aanzien van zelfstandigen per 2002.
|